In het nieuwe gebouw worden verschillende woningtypen gerealiseerd. De eerste zes verdiepingen bestaan uit zelfstandige eenheden, met een centrale ontmoetingsruimte beneden. De bovenste vier verdiepingen bestaan per verdieping uit negen studio’s en een gemeenschappelijke ruimte. De kleine studio’s hebben eigen sanitair en een klein keukentje. De gemeenschappelijke ruimte is voor een deel ingericht als woonkamer en voorzien van een ruime keuken. Nicole: “Het bouwen van studentenkamers is met de hoge bouwkosten van nu financieel erg ingewikkeld. Met onze indeling maken we wonen ‘op kamers’ toch mogelijk. De jongeren kiezen bij wisselingen zelf nieuwe bewoners uit en kunnen de huur compenseren met huurtoeslag. Daardoor blijft het betaalbaar voor iedereen, ook als je nog geen 23 jaar bent.”
Ontmoeting stimuleren
De toekomstige bewoners kunnen de gemeenschappelijke ruimtes gaan gebruiken als ontmoetingsplek: “Er is steeds meer eenzaamheid onder jongeren. Hun welzijn gaat, algemeen genomen, achteruit. Hier willen we op anticiperen. Je kunt natuurlijk niet afdwingen dat er een community ontstaat, maar we kunnen wel de randvoorwaarden creëren die hiervoor nodig zijn. Daarom is het zo belangrijk om met de jongeren in gesprek te blijven.”
“Je kunt natuurlijk niet afdwingen dat er een community ontstaat, maar we kunnen wel de randvoorwaarden creëren.”
Voor de inrichting van de gemeenschappelijke ruimtes krijgen de bewoners straks alle ruimte: “Toen we de huurders vroegen hoe die ruimte eruit moet komen te zien, stelden zij voor om dit per etage voor een x bedrag zelf te mogen bepalen. Een goed idee, vonden wij, ook om het onderlinge contact op gang te brengen.”
Elkaar ontmoeten kan straks ook op het dakterras of in het grand café op de begane grond. De precieze invulling hiervan is nog niet bekend, maar Nicole heeft er wel een beeld bij: “Een niet-commercieel café, waar je gerust drie uur met een kopje koffie en je laptop mag blijven zitten. Maar ook een plek om af te spreken met een studiegroepje, presentaties te houden of themasessies te organiseren.”